Vierentwintig stappen,
 
 toen ik verkleumd was
 
 drie er bij,
 
 groter geworden,
 
 één stap minder.
 
 Vandaag ben ik
 
 een half uur vrij.
 
 Ik graaf naast moeders graf
 
 mijn colablikje in,
 
 het opgerolde briefje
 
 gaat over oma’s Bijbel,
 
 mijn vraag aan God en
 
 wat ik mis van ons gezin.
 
 
 
 Hoeveel adressen
 
 heb ik nu gehad,
 
 hoe vaak ging ik als slak
 
 met mijn rugzakhuis op pad,
 
 waarom ging het telkens mis,
 
 deed ik wat ik niet wilde
 
 maar toch gebeurde
 
 als iemand zeurde
 
 over mijn
 
 verstopt verdriet
 
 of degenen die op mij letten
 
 mij volplakten
 
 met negatieve etiketten
 
 waardoor ik zelf
 
 maar amper zichtbaar bleef,
 
 gerechtigheid verdween,
 
 mijn naam veranderde in
 
 Just, slechts, alleen
 
 
 
 totdat ik hoorde
 
 dat het níet mijn schuld was
 
 en ik vertellen durfde
 
 van mijn dodelijke angst
 
 en eindelijk
 
 mijn opgekropte
 
 tranen uit kon huilen
 
 waardoor ik ruimte kreeg,
 
 mijn niemandsland kon ruilen
 
 voor Justus,
 
 mijn vertrouwde naam.
 
 

 
 Bij het gelijknamige boek van Guurtje Leguijt


Uit de bundel "Strijklicht van violen", poëzie bij kunst en literatuur (2013)