Na brood en wijn 
op tafellinnen
strijken we neer bij jou
tussen gesteven wit,
je bleke handen rusten
op het laken,
je warmte overstijgt 
de winterkou.

Gebroken is je lichaam,
neemt nog geen eten op,
we spreken over tijd en lijden,
over de kerk 
en wie ons dierbaar zijn.

De tijden liggen 
in Zijn handen
die ons zal helen
hoe dan ook
getuige brood en wijn.
 

Uit de bundel "Verrassend uitzicht" (2013)