Ze hebben me van stal gehaald,
ik dender over drempels,
onder het hefdaktentdoek
knipoogt weer
het verfomfaaide boek.
Wat de bestemming zijn zal
is elke keer verrassend
maar als ik ze geloven mag
dan is het einddoel prachtig.
Zoals ze aan mijn tafeltje
tussen de etensgeuren
zich buigen over
‘t veel gelezen boek
of liggend op hun rug
door het verschoten tentdoek turend
op fluistertonen spreken over
wat Hij doet.
Als mijn bewoners
mij voor korte tijd verlaten
omdat men hier ook graag ter kerke gaat
dan hoop ik stilletjes
dat ik ook mee mag maken
waarover zo veelvuldig is gepraat.
 
Op het moment dat heel veel
drempels worden overreden
is de campingplek bereikt,
dan wordt het hefdak opgeheven
ten teken van een aangename tijd.
De fietsen worden uitgereden,
stoelen neergezet,
vannacht zal opgaan in de stilte
het vertrouwde dankgebed
maar eerst word ik nog
op de vaste grond gezet.


Uit de bundel "Geloofsvreugde" (2013)